Zwerver

[dropcap]O[/dropcap]p de stoep van de Edah werd ik aangesproken door een zwerver, een laconieke, slungelige verschijning zonder tanden, een jaar of veertig. In zijn hand had hij een halve liter bier en op zijn hoofd een kerstmuts. In een hoek bij de deur lag zijn opgerolde hond, een herder. “Heb je een euro voor me?” vroeg hij.

“Eigenlijk niet,” zei ik – een nogal dom antwoord.

“Waarom niet?” boorde de zwerver meteen door naar de bodem van mijn geweten. “Het is kerst man!”

“Ik heb alleen groot geld bij me,” mompelde ik.

“Groot geld kan ik ook gebruiken,” zei hij adrem, en hij hield zijn hand op, een aanzienlijke kolenschop die op heel wat bankbiljetten was berekend.

“Dat geloof ik graag,” kaatste ik terug, “maar wat ga je er mee doen? Heb je een plan?”

“Hebben we een plan?” herhaalde de zwerver mijn woorden. Ze leken me, gezien het meervoud dat hij gebruikte, bestemd voor zijn hond, maar die reageerde niet. “Natuurlijk heb ik een plan.”

“Aha.”

“Ja, dacht je dat ik geen plan had dan?”

Dat dacht ik inderdaad, maar ik had geen zin er een kwestie van te maken, dus ik haalde mijn schouders op. “Nou?” vroeg ik. Als ik niet uitkeek zat ik straks met een dakloze die een eigen zaak wilde beginnen en was ik vijftig euro kwijt, of meer, afhankelijk van wat voor zaak het ging worden.

“Ik wil bij mijn moeder langs,” zei de zwerver toen – tamelijk verrassend inderdaad, ook voor de hond, want die verhief ineens zijn kop om lodderig, maar nieuwsgierig onze kant op te kijken. Ging er gereisd worden?

“Wat let je?” vroeg ik – een beetje bot, maar ik ben wel vaker in een mooi verhaal getrapt en er zijn grenzen.

“Ze woont in Belgie,” stak de zwerver nu van wal, “in de buurt van Mechelen, met haar tweede man. Ik heb haar al jaren niet gezien. We bellen wel eens. Dan zegt ze altijd dat ik langs moet komen.”

“Waarom ga je dan niet?”

“Geen geld man, of geen tijd. Of er komt iets tussen. Heb jij dat nooit?”

Daar had mij tuk, en ik knikte.

“En weet je,” vervolgde hij nu, iets te snel, speeksel vloog uit zijn mond, “mijn moeder is ziek. Ze heeft suiker. Daarom willen we ook bij haar langs. Leeft jouw moeder nog?”

Dit was een wending die ik liever voor was geweest, maar nu was het te laat. Ik keek de zwerver eens goed aan. Zijn hond was moeizaam overeind aan het komen – die wist al dat de zaak rond was. Ik haalde mijn geld te voorschijn en pelde een tientje los. Het leek me dat je daar niet van naar Mechelen kon, maar de zwerver protesteeerde niet toen ik het hem gaf. “He man, bedankt hè,” zei hij, terwijl de hond zich aan zijn zijde voegde.

“Succes,” zei ik.

“Kom, we gaan,” zei de zwerver tegen zijn hond, “naar België.” Hij nam een slok van zijn halve liter, trok zijn kerstmuts recht en toen liepen ze weg, de hond met ongelovige tred – dat wel.

download


Deze content is geplaatst in categorie: Berichten.